Samen zoeken naar wat iemand nodig heeft


Weet jij eigenlijk wat een ‘intern begeleider’ doet? Een ouder ging in gesprek met Sylvia Klasen, intern begeleider op de Montessorischool Bilthoven.
 

Hoe lang werk je op deze school Sylvia?

Ik ben hier begonnen in 1996, als leerkracht in de bovenbouw. Ongeveer tien jaar geleden werd ik hier intern begeleider.
 

Wat doet een Intern Begeleider eigenlijk?

Ik volg de ontwikkeling van alle leerlingen op deze school en organiseer -samen met leerkrachten en eventuele externe experts- dat ze het onderwijs en de zorg krijgen die bij hun capaciteiten en leerbehoeften passen, passend bij het beleid van de school. Het volgen van de ontwikkeling van kinderen doe ik vooral achter de schermen, bijvoorbeeld aan de hand van toets-scores, maar ik observeer ook in de klas en spreek zeer regelmatig iedere leerkracht. Zo hebben we iedere 6 weken groepsbesprekingen met de leerkrachten over alle leerlingen. We signaleren daar wat ons opvalt, welke tendensen we zien per leerling en in de groep als geheel. Op basis van alle informatie, gesprekken en ervaringen maak ik ook beleid met betrekking tot onderwijs en zorg op onze school. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de keuze van toets methodes en de manier waarop we leerlijnen gebruiken.
 

‘Leerlijnen’, wat zijn dat?

Een leerlijn is door de overheid vastgesteld en geeft aan welke leerstof behandeld wordt per groep en ook wat behandeld moet zijn alvorens een volgende stap kan worden gezet. We gebruiken die gestandaardiseerde leerlijnen maar wijken daar ook op een verantwoorde manier van af. Immers, we zijn een Montessorischool en kijken naar wat ieder kind nodig heeft in een bepaalde fase. Als een kind bijvoorbeeld voor loopt met spelling dan kan het spelling doen op groep 6-niveau terwijl het rekenen op het niveau van groep 4 doet. Dat past bij onze visie. Een leerlijn is een standaard, maar kinderen zijn niet standaard! Ze maken hun eigen ontwikkeling door. Er zijn bepaalde ‘gevoelige periodes’ waarin een kind een enorme spurt in taalontwikkeling kan door maken. Samen met de leerkracht bewaken we dat het individuele pad niet te zeer uit de pas gaat lopen met de leerlijn. Kortom: het is maatwerk en een kwestie van blijven zoeken, kijken en overleggen. Uiteraard is dit elke keer weer een enorme uitdaging.
 

Wat doe je zoal nog meer om leerkrachten te ondersteunen?

Als er een nieuwe leerkracht aan boord komt dan help ik hem of haar om in te schatten wat er nodig is om de leerlingen optimaal te begeleiden. Ik zet mijn expertise als Intern begeleider en Gedragsspecialist in om samen met de leerkracht te onderzoeken wat er wel én niet mogelijk is in de begeleiding. En ik kijk ook mee in de klas of neem soms de klas even over zodat de leerkracht in een andere klas kan meekijken en daarvan leren.
 

Wat doe jij als Intern Begeleider als je ziet dat een kind achterblijft in bijvoorbeeld de taalontwikkeling?

Ik help dan de leerkracht een concreet plan te maken, we noemen dat een handelingsplan. Daarin staat welke praktische hulp en activiteiten we voor de leerling gaan organiseren. Denk bijvoorbeeld aan extra leesbegeleiding. In dit plan leggen we ook vast hoe en wanneer we gaan meten of de acties de gewenste effecten hebben. Dit kan ook een groeps- handelingsplan zijn, dit noemen we dan een groepsplan. Dit maken we op het moment dat we zien dat er meerdere kinderen op dezelfde gebieden hulp nodig hebben. Het is dus een aandachtspunt voor de gehele groep.
 

Is jouw rol veranderd de afgelopen jaren?

Absoluut. In 2014 is bijvoorbeeld de wet ‘Passend Onderwijs’ ingevoerd. Het doel van die wet is dat alle leerlingen, dus ook leerlingen die extra ondersteuning in de klas nodig hebben, een passende onderwijsplek krijgen. Het effect is dat bij iedere basisschool meer leerlingen instromen die deze ondersteuning nodig hebben. Dit vraagt van mij een intensievere samenwerking met andere scholen en zorgaanbieders, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin en ‘ZOUT’ (samenwerkingsverband Zuid Oost Utrecht voor passend onderwijs). Telkens kijk ik kritisch naar wat een kind precies nodig heeft, altijd in samenspraak met collega’s, experts en ouders. ‘Welke expertise hebben we in huis en wat moeten we eventueel extern regelen.‘ Maar ook: wat kunnen we niet!
 

Kun jij uitleggen hoe jullie precies te werk gaan bij het vermoeden van dyslexie?

Vanaf groep 2 worden kinderen getoetst op de basisvoorwaarden voor lezen en schrijven. Als ze daar laag op scoren is dat wel een eerste signaal. Uiteraard zijn bevindingen van de leerkrachten ook heel belangrijk. We hebben een aparte groep voor extra begeleiding met bijvoorbeeld lezen. Als kinderen te langzaam lezen of veel fouten maken komen ze in zo’n leesgroep waarin ze extra gaan oefenen. Als bijvoorbeeld de kinderen uit de groep van leerkracht Danielle naar gym zijn gaat Danielle met een groepje kinderen lezen. Deze kinderen krijgen ook extra toets momenten: 4 in plaats van de reguliere 2. Bij kinderen waar de lees- en /of taalontwikkeling een langere tijd achterblijft kan er wellicht sprake zijn van dyslexie. Samen met de ouders wordt het vermoeden besproken. Vervolgens maken we een plan en doen een half jaar intensief interventies. Pas als na dat halve jaar er geen gewenst resultaat is kun je er voor kiezen om extern onderzoek doen door een orthopedagoog, deze mag en kan een diagnose stellen. Maar het is ook aan de ouders: wil je zo’n ‘sticker’? Op deze school is een diagnose niet verplicht, we kijken sowieso kritisch naar wat een kind nodig heeft. Voor het voortgezet onderwijs is een officiële diagnose wel heel belangrijk, anders krijg je daar niet de extra tijd of passende toets.
 

Interessant, dus eigenlijk is zo’n ‘label’ op deze school niet per sé nuttig?

Nou, soms kan een officiële diagnose voor een kind juist heel prettig zijn! Bijvoorbeeld als het al jaren zich uit de naad werkt, extra oefeningen doet en merkt dat hij of zij niet vooruit gaat, dan kan een label rust geven. ‘Ah, daar komt het door!’
 

Hoe worden op deze school toetsen ingezet?

Mijn rol is om kritisch naar de toetsen te kijken: welke zetten we wanneer in, waarom? Wat is de kwaliteit en relevantie van de toetsen. Wat hebben we eraan, past het bij onze kinderen? We werken hier al heel lang met de Cito toetsen, maar gebruiken daarnaast ook andere instrumenten. Naast de methode onafhankelijke toetsen gebruiken we de toetsen vanuit de verschillende methodes. Maar we kijken naar nog veel meer, zoals de algehele ontwikkeling van een kind, het ‘leren leren’, mate van zelfstandig werken, zijn of haar interesses, drijfveren en emotionele ontwikkeling.
 

De laatste tijd is er veel in het nieuws geweest over bijles, wat vind jij daar van?

Zowel binnen als buiten de school is extra zorg beschikbaar, dat is op zich heel positief. Onze school is voorstander van het kort faciliteren van extra zorg. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen welk signaal je af geeft aan een kind door het jarenlang rekenbegeleiding te geven. Een hoge lat kán ook het signaal afgeven ‘je doet het niet goed’. Wat is het beste voor je kind?
 

Sylvia, wanneer heb jij een topdag gehad?

Als ik collega’s, kinderen en ouders blij naar huis zie gaan. Dat kan natuurlijk niet altijd maar ik probeer daar wel mijn bijdrage aan te leveren. Bijvoorbeeld door veel met collega’s te praten en anderen de ruimte te geven om stoom af te blazen. Ik vind het mooi om samen te zoeken naar: wat heb jij nodig? Ik wil er zijn voor iemand, een kind of collega. Ik ben er trots op als we er samen als team in slagen om een kind te bieden wat het nodig heeft en iemand zo laten bloeien. Daarbij wil ik laten merken dat ik iemand zie en het gevoel geven ‘je mag zijn wie je bent, inclusief al je  eigenaardigheden’.